Zuideiland
26 januari 2015 - Queenstown, Nieuw-Zeeland
Op de boot naar het Zuideiland viel het al op dat het Zuideiland ruiger is. Het Noordeiland heeft lieflijke heuvels en meer leuke dorpjes terwijl het Zuideiland minder bewoond is en veel slingerende bergwegen heeft. Ik kan je vertellen: die slingerende bergwegen gaan je aardig de keel uithangen na een paar uur.
We hebben een dagtrip naar het fantastische Abel Tasman National Park gemaakt waarbij we een halve dag gekayakt en een halve dag gewandeld hebben. Met de kayak zijn we naar Tonga Island geroeid waar seal colonies te zien zijn. De gids vertelde dat over een paar weken de baby seals gaan puberen en dan erg brutaal worden. Ze komen dan naar de kayaks toe en gaan op de kayaks klauteren. De wandeling was ook erg mooi. We hebben de low tide route genomen over een heel stuk zand/moddervlakte.
Na het Abel Tasman park zijn we door gereden naar Franz Josef, een lange slingerende tocht. Onderweg zijn we gestopt bij Punakaiki waar rotsen als pannenkoeken gestapeld liggen en verschillende blowholes te zien zijn. Franz Josef is een erg gezellig dorp, maar we waren hier niet alleen voor de gezelligheid maar vooral vanwege de onwijs mooie gletsjer. Een paar jaar geleden kon je de gletsjer op wandelen vanaf het dorp, maar de gletsjer is erg teruggetrokken waardoor de enige manier om er nu te komen per heli is. We zijn met de heli naar de gletsjer gevlogen, onwijs gaaf en hebben een paar uur op het ijs geklommen en geklauterd met onze spike schoenen. Daarna hebben we de dag afgesloten met heerlijk bubbelen in de hotpools en goddelijk eten met een glaasje wijn. Een betere manier om je verjaardag te vieren is er niet.
Vanaf Franz Josef zijn we naar Dunedin gereden, weer een flinke trip. En met klamme handjes, want de benzinetank was bijna leeg en het eerstvolgende tankstation was eigenlijk net te ver weg. Na een uur als een slak gereden te hebben (tot groot genoegen van de auto’s achter ons) bleek er dichterbij gelukkig een klein tankstation te zitten, pfiew.
Vlakbij Dunedin zijn pinguïnkolonies en fur seals (een soort zeeleeuwen). Het strand bleek ook nog eens paradijselijk mooi te zijn. We hebben een half uur in een uitkijktoren gezeten om de pinguïns te spotten, maar we waren erg slecht voorbereid en hadden wat weinig water en de terugtocht ging over een steile duin. Er was ook nog een andere plek om de pinguins te spotten en dat hebben we toen maar gedaan. Deze mini pinguins komen ’s avonds aan land om hun jongen te voeren. Leuk om die kleine beestjes het land op te zien hupsen!
Toen werd het alweer tijd voor onze laatste bestemming; Queenstown. In Queenstown wilden we naar Milford Sound een magisch fjord tussen de bergen. Maar helaas liet het weer het afweten en was het te bewolkt waardoor het niet door kon gaan. Wel zijn we nog met de rodelbaan van Queenstown van een heuveltop afgereden wat erg grappig was. Vandaag vliegen we naar Brisbane, we sluiten Nieuw-Zeeland af met een goed gevoel, wat een fantastisch land en wat een geluk hebben we met het weer gehad.

Edwin, het schijnt dat het in februari flink gaat sneeuwen, dus ook in Europa zul jij je best vermaken, denk ik. Geniet van het laatste staartje! Wij wachten jullie geduldig op. Liefs